donderdag 20 februari 2020

[ Grooming/Stalking ] Ik word al mijn leven lang belaagd door mannen. Ik ben het beu om me altijd te moeten verdedigen.


Ik word bijna mijn gehele leven lastiggevallen door mannen die ik niet ken. Ik draag geen make-up en ik doe meestal een lange jas aan als ik over straat ga. In de puberteit ben ik zelfs jongensbroeken gaan dragen in de hoop dat zoiets als 'seksloos' zou worden gezien. Ik kijk in het openbaar bewust niemand aan. Toch hebben deze trucs om minder op te vallen niet geholpen. Zelfs in een soepbroek werd ik nog achtervolgd.
 
Ik ben mans genoeg om me geen slachtoffer te voelen. Toch is het wel zo erg dat ik geen leven zou hebben als ik uit zou gaan. Dat soort activiteiten moet ik mijden. Vraag mij niet waarom. Dat zouden al die mannen zelf eens moeten zeggen. Mijn leven is eerlijk gezegd al behoorlijk beperkt door de vele situaties waarin ik met belaging en obsessanten te maken krijg.

Bij de meeste vrouwelijke leeftijdsgenoten hoef ik in ieder geval niet op begrip te rekenen. Ik heb ervaren dat zelfs met afgunst werd gereageerd. Na één keer in de trein in het bijzijn van mijn klasgenoten te zijn betast, ben ik voor de rest van het jaar genegeerd. Het zou aan mij liggen, ik zou het zelf allemaal uitlokken. Erover klagen? Wees blij dat je wordt lastiggevallen!

Grooming

Gelukkig is er een woord voor een specifiek type belaging en intimidatie: grooming. In het Nederlands ken ik geen betere vertaling. Het is een slinkse wijze van iemands vertrouwen winnen of misbruik maken van een bepaalde situatie of een machtspositie. Het overkomt niet alleen kinderen en jongeren dat iemand een poging doet om hun vertrouwen te misbruiken. Ik ben nooit ten prooi gevallen, maar ik heb wel tot op de dag van vandaag te maken met pogingen tot grooming.

Als kind heb ik een vriendschap moeten laten verwateren omdat ik voelde dat ik een vader niet kon vertrouwen. Hij kwam één keer eerder thuis en liep naar boven om ons te vragen of we doktertje met hem wilden spelen. Mijn intuïtie gaf aan dat het niet goed zat. Al vanaf zeer jonge leeftijd vertrouw ik op mijn intuïtie en ik heb het eigenlijk nooit verkeerd aangevoeld. Ik heb een smoes verzonnen dat ik eerder naar huis moest. De vader rende de trap af, achter me aan, om te zeggen "Nu al? Je hoeft helemaal niet naar huis!". Ik probeerde me uit de voeten te maken. Hij vroeg "Mag ik dan wel je jas bij je aandoen?".

Ik kwam daar niet meer over de vloer, maar kon mijn beste vrienden niet uitleggen waarom ik daar niet meer naar binnen ging. De betreffende vader is nog een keer op straat naar me toegekomen om me op te tillen. Ik heb me hevig verzet en gegild. Hij heeft daarna andere kinderen opgetild om te tonen "dat hij geen kwaad in de zin had". Toen ik 12 was en ik mijn buurmeisje tijdens de avondvierdaagse een zak snoep om haar nek hing, stond hij ineens naast me om te zeggen dat ik zo lekker groot was geworden.

Er is niets gebeurd omdat ik alert was, maar het blijft vreemd: een vader, gelukkig getrouwd, viert binnenkort zijn jubileum, is niet te vertrouwen.

"Wees blij dat je wordt belaagd"
Als ik verhalen lees van andere vrouwen die vaak worden lastiggevallen door mannen die ze niet kennen, dan zijn de reacties over het algemeen bagger: "Je bent helemaal geen lekker wijf", "als ik niet naar je zou roepen, dan ben je ook niet blij", "wees blij dat nog iemand naar je roept", "je bent een aanstelster", "zure pruim". Die opmerkingen komen van mannen die hun gedrag duidelijk willen vergoelijken en vrouwen die gebeten zijn door het groene monster.

Wat ik meemaak, gaat verder dan alleen 'pssss pssssjtt'  of wat verwensingen. Al krijg ik die wel naar mijn kop geslingerd omdat ik belagers negeer. Ik vraag nergens om! Van opmerkingen over uiterlijk en aantrekkingskracht word ik bovendien recalcitrant. Beter gezegd: dat ben ik al, maar ik raak alleen maar geërgerd als ik dergelijke aperte 'complimenten' krijg. Een sisverbod, een verbod op straatintimidatie, is een farce. De overtreding van een verbod op straatintimidatie zou een klachtdelict moeten worden. Wat als een agent zélf de persoon is die belagend gedrag vertoont? Ik werd afgelopen jaar bijvoorbeeld op de voet gevolgd door een agent in een busje, omdat hij me had zien lopen. Hij hing uit het raam van de passagierskant om te gluren. Hij was alleen op pad, dus dat kon hij ook ongemerkt doen. Een andere agent, een motoragent, kon ternauwernood voorkomen dat hij op een tegenligger zou crashen terwijl hij me na bleef staren. Hij had me vanaf het centrum gevolgd met zijn motor.

Mijn moeder heeft er ook mee te maken gehad toen ze aangifte wilde doen van een poging tot ontvoering. Twee mannen wilden haar hond in elkaar trappen en de één had de ander opdracht gegeven om haar te pakken. Ze heeft het op een rennen gezet om ze af te schudden. De agent die de aangifte op zou nemen heeft tegen haar gezegd 'Dan had je maar niet zo'n lekker wijf moeten worden'.

Grooming en intimidatie door docenten: een lastige situatie, want als leerling zat ik toch in een chantabele positie
Het zijn niet alleen vreemden die proberen mij te intimideren. Ik heb in opleidingen meegemaakt dat docenten een relatie met me wilden. Misschien overkomt dit iedereen wel eens in zijn of haar leven. Dat neemt niet weg dat het wrang kan zijn, zeker als de geïntimideerde maatregelen moet treffen om de situatie te beëindigen.

Eén docent liet voortdurend subtiel weten mij aantrekkelijk te vinden. De opmerkingen werden verpakt in complimenten als 'ha, schoonheid', 'ben je al model of overweeg je model te worden?', 'je bent zo smal, je kunt wel wat hebben'. Ik hoopte nog dat ik me een beetje onopvallend kon maken door me zo stil mogelijk op te stellen, maar dat werkte niet. Tegen het einde van het jaar werden complimenten vervangen door bot gedrag en pogingen om me zoveel mogelijk aan te raken. Het werd een kat-en-muisspel waarbij hij tegen me op probeerde te 'botsen' of achter me ging staan. Ik was hem iedere keer te slim af door een onverwachte manoeuvre te maken. Hij heeft één keer geprobeerd om zich tegen me aan te wrijven en te zoenen. Ik heb toen een collega van hem geroepen om een willekeurige vraag te stellen. Zijn collega begreep niet goed waarom hij maakte dat hij wegkwam. Ik weet niet of ze het doorhad, maar ik kon er ook niets over zeggen. Ik was uiteindelijk afhankelijk van deze docent omdat hij over de cijfers ging. Een vertrouwensband tussen ons was er door zijn gedrag niet, terwijl deze docent door iedereen als een 'lieve' en 'gezellige' docent werd ervaren. Mijn klasgenoten waren zelfs dol op hem, ze vonden hem niet alleen knap qua uiterlijk, maar ook een vrolijke persoonlijkheid.

Nog lastiger vond ik de situatie tijdens mijn eerste studie. Een in het docententeam en onder studenten zeer geliefde docent heeft me al aan het begin van het jaar opgezocht om te vertellen dat hij met me op vakantie wilde. Om het te dramatiseren, merkte hij op dat een groep van dertig studenten hem gestolen kon worden als hij mij niet kon krijgen. Iedere gelegenheid wilde hij aangrijpen om bij me te zijn. Vooral dat gedreig met 'als ik jou niet kan krijgen' maakte het een rotsituatie. Intimidatie kan zo subtiel plaatsvinden, dat niemand de signalen opmerkt. Om een eind te maken aan de constant sluimerende intimidatie, heb ik me naar een andere locatie laten overplaatsen.

Géén gemakkelijke prooi- maar ik ben het wel beu dat ik me altijd moet verdedigen of alert moet zijn
Met mijn lengte, snelheid en alertheid ben ik gelukkig voor niemand een gemakkelijke prooi. Ook kan ik zo luid uit de hoek komen, dat ik mensen flink kan laten schrikken. Ik ben het wel spuugzat dat ik regelmatig een sluiproute moet zien te vinden of de verdediging in moet zetten. Ook heb ik heel vaak aangifte moeten doen van belaging door mannen die ik niet kende, maar die me hadden zien lopen.

Mijn moeder heeft de tuin met schuttingen af laten zetten omdat zij te maken had met mannen die 's avonds stonden te gluren. Eén keer heeft ze een buurman betrapt toen hij zich 's nachts vastliep in de coniferen. Deze vader van een gelukkig gezin, met wie ze tot dat moment goed bevriend was, was over het hek geklommen. Ik was nog klein en had het gekraak gehoord. Ik riep mijn moeder dat ik iets in de tuin hoorde. Ze keek de gelukkige huisvader recht in zijn gezicht, waarop hij in blinde paniek vast kwam te zitten in de struiken.
Toen ik als zeventienjarige in mijn eigen buurt werd achtervolgd door een man, ben ik niet gelijk naar huis gegaan. Ik ben eerst naar het politiebureau gelopen. Kennelijk heeft hij ergens in de buurt te horen gekregen waar ik woonde, want hij was 's nachts over de schutting geklommen om met zijn lichaamssecretiën de schutting te markeren. De politie heeft hem klem weten te rijden en hem gearresteerd.

In een volle stadsbus werd ik door een man aangerand. Hij was zelfs zo gek om me bij mijn handen beet te pakken. Ik heb met mijn zwaarste stem door de bus geroepen dat hij zijn poten thuis moest houden en hulp van anderen gevraagd. Er was niemand die iets deed. Ze keken naar het voorval. Gelukkig reageerde hij geïrriteerd en heeft hij de bus verlaten nadat ik nog even voor 'klerewijf" en "chagrijn" werd uitgemaakt. Op één keer na ben ik nooit door iemand te hulp geschoten. Dat niemand iets doet, is niet leuk, maar ik heb nu andere troeven achter de hand. Zo schrikt het af als ik zeg dat ik meester in de rechten ben. Dat heb ik gezegd tegen een man die me vroeg om Lolita te spelen (hij wilde een ijsje voor me kopen en stelde voor te gaan zwemmen) en een man die had gehoopt dat ik schooljuf was. De eerste sprong direct op zijn fiets, de tweede werd helemaal bleek toen ik eraan toevoegde rechter te willen worden.

Ik ben geen slachtoffer, juist omdat ik altijd alert handel. Toch is het te gek voor woorden dat ík me altijd moet verdedigen, dat ik degene ben die mannen altijd van repliek moet dienen, dat ik me ingetogen op moet stellen om mannen geen verkeerd signaal te geven. Vanaf mijn 12e kijk ik mensen in het openbaar niet meer aan, omdat ik toen al stelselmatig achterna werd gezeten met opmerkingen als 'Je hebt zo'n lekker geil koppie', 'Ik dacht dat je net naar me keek', 'Je bent zo lekker, weet je dat?!'.

Grooming van volwassenen, door volwassenen

Tot op heden heb ik te maken met grooming. Ik vind het zo teleurstellend en een belediging. Ik heb altijd alles alleen moeten zien te rooien en hoewel ik dat geen probleem vind, zou ik best eens hulp willen krijgen. Als het gaat om vervoer, of sloopwerkzaamheden die ik fysiek niet alleen kan, of wat dan ook: als iemand oprecht wil helpen, zou dat welkom zijn. Ware het niet dat ik weet dat ik altijd op grooming bedacht moet zijn en dat mijn intuïtie altijd terecht blijkt te zijn. Het is niet dat ik mensen niet vertrouw. Ik ben niet naïef.

Zonder al te veel in detail te treden: ik zit er niet op te wachten dat vriendschappelijk contact of 'ik wil je best een keer helpen' een opmaat is naar 'ik wil je'.
Ik zit er niet op te wachten dat er gelijk verwachtingen aan worden verbonden als ik me gastvrij opstel. Eigenlijk ben ik van mijzelf een heel open persoonlijkheid, iedereen is welkom, maar ik maak vaker wel dan niet mee dat iemand zich vriendschappelijk opstelt en ineens toe wil slaan. Ze hebben allemaal diezelfde blik in hun ogen als ze zeggen 'Weet je wel hoe aantrekkelijk je bent' en hun heimelijke obsessie ontaardt in opdringerigheid en verwachtingen. 

Het meest opvallend is dat een paar mannen hebben gezegd 'Je bent net zo oud als mijn dochter' en 'Mijn eigen kinderen zijn ouder'. De laatste die dit zei boog zich over me heen en probeerde zijn tong in mijn mond te steken. We waren gewoon in gesprek, ineens stond hij me aan te staren en had hij totaal geen schroom om over te gaan tot ongewenste intimiteiten. Toen kwam het: 'Jij wilt dit toch ook?'.
Ongewenste intimiteiten en grooming zijn geen "wederzijdse instemming".


Geen opmerkingen:

Een reactie posten