Kanttekeningen `Investeren in de toekomst´
Hoewel in de brief wordt gepoogd om de zorgen over eventuele risico´s weg te nemen, valt de argumentatie voor het leenstelsel te betwisten.
Ik citeer pagina 8 van de Kamerbrief over toekomstbestendige studiefinanciering:
`Leenaversie lijkt beperkt. Als lenen nodig is om te kunnen studeren, zien we niet terug dat studenten zich daardoor laten weerhouden. Zolang studeren een goede investering is, ligt het ook niet voor de hand dat studenten zich door leenaversie laten weerhouden.´Mijn vraag is, waarop deze redenering is gebaseerd. Ik vind dit een hypothetische redenering. Het klinkt logisch, maar er wordt niets bewezen. Hoe kan de minister op dit moment de inschatting maken dat studenten zich niet zullen laten weerhouden om te lenen, omdat zij ervan overtuigd zouden zijn dat zij investeren in hun toekomst?
Is het een gevolg van empirisch onderzoek, of gaat het slechts om een `standaardredenering´?
Ideale situatie
Idealiter investeert een student in zijn of haar toekomst. De maatregel zou een succes zijn, als de student een studie behaalt binnen de gestelde termijn én zich verzekerd ziet van een passend arbeidsperspectief.
Echter, is de context hier bepalend. Ik noem een aantal simpele factoren:
- de verwachtingen die vooraf (onbewust/ bewust) ontstaan en in hoeverre de opleiding werkelijk voldoet aan deze verwachtingen;
- de keuze van de student. De opleiding is uit volle overtuiging gekozen, de student heeft moeite om een juiste opleiding te vinden of de studie is een alternatief: de student is bijvoorbeeld uitgeloot bij een andere opleiding;
- de kwaliteit van het onderwijs.
In hoeverre is beeldvorming over een opleiding betrouwbaar? Oriëntatiedagen, meeloopdagen en folders zijn nooit zo overtuigend als de ervaring die de student opdoet in de praktijk. Als de kwaliteit van het onderwijs slecht blijkt of als de student een verkeerde keuze heeft gemaakt, dan heeft dit invloed op de studieduur.
Bewuste studiekeuze