zaterdag 26 januari 2013

Sociaal Leenstelsel

Riskant?


Kanttekeningen `Investeren in de toekomst´
Hoewel in de brief wordt gepoogd om de zorgen over eventuele risico´s weg te nemen, valt de argumentatie voor het leenstelsel te betwisten.
Ik citeer pagina 8 van de Kamerbrief over toekomstbestendige studiefinanciering:
`Leenaversie lijkt beperkt. Als lenen nodig is om te kunnen studeren, zien we niet terug dat studenten zich daardoor laten weerhouden. Zolang studeren een goede investering is, ligt het ook niet voor de hand dat studenten zich door leenaversie laten weerhouden.´ 
Mijn vraag is, waarop deze redenering is gebaseerd. Ik vind dit een hypothetische redenering. Het klinkt logisch, maar er wordt niets bewezen. Hoe kan de minister op dit moment de inschatting maken dat studenten zich niet zullen laten weerhouden om te lenen, omdat zij ervan overtuigd zouden zijn dat zij investeren in hun toekomst?
Is het een gevolg van empirisch onderzoek, of gaat het slechts om een `standaardredenering´?

Ideale situatie
Idealiter investeert een student in zijn of haar toekomst. De maatregel zou een succes zijn, als de student een studie behaalt binnen de gestelde termijn én zich verzekerd ziet van een passend arbeidsperspectief.
Echter, is de context hier bepalend. Ik noem een aantal simpele factoren:

- de verwachtingen die vooraf (onbewust/ bewust) ontstaan en in hoeverre de opleiding werkelijk voldoet aan deze verwachtingen;
- de keuze van de student. De opleiding is uit volle overtuiging gekozen, de student heeft moeite om een juiste opleiding te vinden of de studie is een alternatief: de student is bijvoorbeeld uitgeloot bij een andere opleiding;
- de kwaliteit van het onderwijs.

In hoeverre is beeldvorming over een opleiding betrouwbaar? Oriëntatiedagen, meeloopdagen en folders zijn nooit zo overtuigend als de ervaring die de student opdoet in de praktijk. Als de kwaliteit van het onderwijs slecht blijkt of als de student een verkeerde keuze heeft gemaakt, dan heeft dit invloed op de studieduur.

Bewuste studiekeuze






donderdag 17 januari 2013

Huiszoekingen Uitkeringsgerechtigden

Privacy in het gedrang, deel 2

In het vorige bericht, Huiszoeking Uitkeringsgerechtigden, spreek ik over de twijfelachtige proportionaliteit van het huidige beleid.

Een lid van de SP-Kamerfractie zegt daarover het volgende, ik citeer:
De SP vreest dat miljoenen huishoudens worden weggezet als potentiële fraudeur. Het kabinet schiet met hagel op gewone burgers terwijl grote fraudezaken van vele tientallen miljoenen euro nog steeds geschikt worden. De privacy van miljoenen Nederlanders moet niet geofferd worden terwijl op de bestrijding van grootschalige fraude nog altijd te weinig mensen worden ingezet. Het kabinet stelt de verkeerde prioriteiten.
Regelgeving
Hoe er te werk gegaan zal worden door controleambtenaren, zie ik graag in concrete regels en protocollen. Protocollen zorgen ervoor dat betrokkenen kunnen inzien waar de grenzen van het uitvoeren van het beleid liggen. Wat zegt de wetgeving over overheidsoptreden?

De Algemene Beginselen van Behoorlijk Bestuur zijn in ons land vastgesteld, om de gedragsregels van de overheid tegenover de burger te regelen.
In de materiële beginselen staat het Verbod Détournement de Pouvoir. Dit is te vinden in Hoofdstuk 3, artikel 3:3 van de Algemene Wet Bestuursrecht.
Het artikel valt onder afdeling 3.2 van de Awb en is daarmee een artikel dat de zorgvuldigheid en belangenafweging dient te reguleren.

Het Verbod Détournement de Pouvoir houdt in dat de overheid alleen bevoegdheden mag gebruiken voor het doel waarvoor die bevoegdheden verleend zijn.
Dit verbod heeft een aanvullend doel: namelijk het voorkomen van pure willekeur bij overheidsoptreden, of het oproepen van willekeur door het overheidsoptreden.

In het kader van de huiszoekingen vind ik dit een interessant gegeven. Helaas zal pas uit toekomstige jurisprudentie duidelijk worden, hoe de juridische begrippen `proportionaliteit´ en `willekeur´ bij de nieuwe maatregel op huiszoekingen worden toegepast.


Aanvullende informatie

Onlangs ben ik op een in 2007 door de `Rotterdamse Ombudsman´ gepubliceerd rapport gewezen. Het rapport heet `Baas in eigen huis´.
Reeds vóór 2007 werden onaangekondigde huiszoekingen zonder duidelijke doelstellingen uitgevoerd. Een onwenselijke situatie: zie eerdere berichtgeving.

Baas in eigen Huis
Een omvangrijk, 174 pagina´s tellend rapport met praktijkomschrijvingen, wettelijke kaders en overige normen.
Pagina 151 vertelt over het nut van jurisprudentie op het moment van publicatie van het rapport. De brief van Burgemeester en Wethouders is interessant om te lezen; zoals gebruikelijk, wordt `eenzijdigheid´ als argument gebruikt om de betrouwbaarheid van het rapport in twijfel te trekken.