woensdag 31 juli 2013

Armoede bestaat niet

Armoede in Nederland
Het bestaat, maar het mag geen erkenning krijgen in een zogenoemd ontwikkeld land als Nederland: armoede. Verwacht wordt dat de armoede in Nederland stijgt tot 9,4 procent van alle huishoudens.

In discussies is het vaste prik: armoede in eigen land wordt gerelativeerd door te vergelijken met armoede in ontwikkelingslanden.  Het relativeren van armoede, neemt het werkelijke probleem niet weg.  Om nog maar te zwijgen over dergelijke clichés: `Iedereen in Nederland kan over een inkomen beschikken´; `Niemand hoeft dakloos te zijn´.

Wanneer is men arm?
Verschillende niveaus en instanties hebben een eigen definitie van armoede. De Europese Commissie hanteert de volgende standaard:
 `Armen worden gedefinieerd als mensen, gezinnen of groepen wier middelen zo beperkt zijn dat zij uitgesloten zijn van de minimaal aanvaardbare leefpatronen in de lidstaat waarin zij leven.´
Het SCP bepaalt armoede mede aan de hand van de lage-inkomensgrens. Voor alleenstaanden geldt een grens van 960 Euro per maand.

De hoogte van een bijstandsuitkering (WWB) voor een alleenstaande,  is € 661,77 per maand, vanaf 1 juli 2013. Dit bedrag is inclusief vakantietoeslag van € 33,09. Een alleenstaande uitkeringsgerechtigde zit dus 298,23 onder de armoedegrens.

De inkomensgrens is niet de enige factor om armoede in de praktijk te bepalen. Een inkomen dient toereikend te zijn om in de basisbehoeften te voorzien (levensmiddelen) en de vaste lasten te kunnen betalen. In het geval van een gezin met kinderen, ontkomt men daarnaast niet aan de kosten voor educatie. In het benaderen van het begrip `armoede´, zijn luxe goederen zoals auto´s geen belangrijke behoeften.

Is het inkomen niet toereikend, dan ontstaat er een structureel tekort. Tegenover een structureel te laag inkomen, staat de koopkrachtvermindering door de recentelijk dramatisch gestegen huurprijzen, de zorgpremie en de kosten voor het eigen risico. Het is de realiteit dat huishoudens moeten bezuinigen op eenvoudige levensmiddelen.

Mensen die geen schulden zijn aangegaan, geen koopwoning met hypotheek en auto in bezit hebben, die geen luxe goederen aanschaffen, lopen het risico om puur door een structureel tekort (te laag inkomen uit werk of uitkering), schulden op te bouwen. Deze groep, die buiten de eigen schuld in de armoede is beland, kan niet geholpen worden door instanties als de Schuldhulpverlening, simpelweg omdat er geen posten zijn om op te bezuinigen. De verslechtering van de situatie kan slechts worden aangepakt door het inkomen te verhogen.

Cordaid
Ophef is ontstaan toen ontwikkelingsorganisatie Cordaid te kennen gaf projecten te willen starten om de armoede in Nederland aan te pakken. Een dergelijke aanpak zou het de overheid gemakkelijk maken om geen verantwoordelijkheid te nemen om armoede te bestrijden, is het commentaar.

Het was een goede manier om aandacht te vragen voor het fenomeen. Of een landelijke discussie nu werd beoogd of niet, het onderwerp stond direct op de publieke agenda. Uit de reacties, o.a. te vinden op de opiniepagina´s van de Volkskrant, blijkt dat men de overheid verantwoordelijk houdt voor het laten voortbestaan en verergeren van binnenlandse armoede.

Regelmatig is er de roep om in opstand te komen tegen het huidige overheidsbeleid. Echter, tot nog toe is er een gebrek aan georganiseerd verzet tegen dit maatschappelijke probleem. Organisaties en partijen weten het probleem aan te kaarten noch oplossingen te bieden.

(Bewust) falend overheidsbeleid
`Plan Cordaid is onzinnig: de echte oorzaak van armoede is falend overheidsbeleid´, schrijft universitair docent René Gabriëls. Dit is geen nieuw inzicht. De overheid neemt bewust een passieve positie in ten opzichte van armoede.  Gezien het karakter van onze huidige coalitie, is het ondenkbaar dat er `toegegeven´ wordt aan het actief bestrijden van armoede in de samenleving. Het heeft geen prioriteit voor een regering die zich dermate arrogant opstelt, dat maatschappelijke problemen met een lach aan de kant worden geschoven. Vooralsnog is er sprake van een algehele verslechtering.

zaterdag 6 juli 2013

De studie waard? Waarom het leenstelsel op foute aannames is gebaseerd

Allereerst dient te worden opgemerkt dat de studieschuld van toepassing is wanneer het diploma niet is behaald. In het huidige systeem is het namelijk zo dat de studiebeurs, het studievoorschot c.q. de voorlopige lening wordt omgezet in een gift, mits de studie met goed gevolg is afgelegd. Een studieschuld drukt wanneer de student niet naar behoren presteert, daarom hanteren wij de afgeleide term `prestatiebeurs´.

Een "sociaal" leenstelsel: een illusie

Tijdens het langdurige zomerreces is het niet langer een onderwerp van discussie: de afschaffing van de basisbeurs en invoering van het leenstelsel. De nieuwe (bachelor)studenten van 2013-2014 hebben nog geen last van de invoering van het leenstelsel: een jaar uitstel zorgt voor een zekere berusting. Desalniettemin is het de vraag hoe nadelig het leenstelsel uit zal pakken voor toekomstige studenten.

Onderzoek: De studie waard
Het SCP heeft een onderzoek gehouden onder scholieren en studenten.  Het onderzoeksrapport, `De studie waard´, een 105 pagina´s tellend document, schetst op hypothetische wijze de `mogelijke gedragsreacties bij het invoeren van het sociaal leenstelsel in het hoger onderwijs´.

Tweede Kamerlid Pieter Duisenberg (VVD) trekt zijn conclusies naar aanleiding van dit rapport. Volgens hem is bewezen dat het leenstelsel studenten niet afschrikt. Om de heer Duisenberg te citeren:
``Dat de toegankelijkheid van het Hoger Onderwijs met de invoering van het leenstelsel in het geding zou zijn, is een veelgehoord argument van de oppositie. ,,Ik ben blij dat dit onderzoek - dat door de Kamer was gevraagd - een einde maakt aan deze fabel.....daarnaast toont het onderzoek aan dat jongeren uit gezinnen met lagere inkomens geen angst hebben om te lenen en gewoon zullen gaan studeren.´´
Het lijkt mij logisch dat jongeren hun talenten willen benutten. De wil hebben om te studeren, is echter niet hetzelfde als de bereidheid om schulden te maken. Het is bovendien de vraag, of het wenselijk is dat jongeren uit gezinnen met lage inkomens geen leenangst kennen. Verwacht wordt dat de studieschuld € 24.000 bedraagt, met uitzonderingen boven en onder het gemiddelde.

De heer Duisenberg is in zijn bronnen selectief. De volgende uitspraak is afkomstig van het Centraal Planbureau:
Gevolgen leenstelsel
Uit dit stuk blijkt dat het zeker geen fabel is dat studenten het leenstelsel als een belemmering zien voor het volgen van een studie. Het gaat om een relatief `kleine´ groep, die weliswaar aantoont dat gerede twijfel bestaat- dat kan niet simpelweg afgedaan worden als een fabeltje.

Over doorstuderen na het mbo, zegt de heer Duisenberg het volgende:
 ``Eén op de vijf MBO’ers geeft te kennen dat zij twijfelen over doorstuderen aan het hoger onderwijs na een afgeronde MBO-opleiding. Zij geven aan de kosten van het extra HBO-diploma mogelijk te hoog te vinden. Duisenberg: ,,Deze afweging speelde ook al voordat er sprake was van het wegvallen van de basisbeurs. Het betekent dat MBO’ers een bewuste afweging maken; zij hebben een goed diploma op zak en kunnen met een goede startpositie besluiten om als vakmensen aan de slag te gaan. Dat is toch een heel andere afweging dan wanneer je net van het voortgezet onderwijs komt’’.
Hier wordt de leenangst van mbo´ers verdraaid tot het maken van een bewuste afweging om direct aan het werk te gaan.  In dit citaat klinkt juist door dat één op de vijf mbo´ers wel degelijk wil doorstuderen, maar vanwege financiële bezwaren voor het alternatief- het zoeken van werk- gaat.

Voorbarige conclusies
Ik maak zelf deel uit van de onderzoekspopulatie. Met regelmaat ontvang ik de niet bepaald onopvallende uitnodiging om de antwoorden van de `Onderzoeksmonitor´ (een enquête voor studenten) aan te vinken. Daarbij is weinig ruimte voor persoonlijke aanvullingen. Hoe een bepaald antwoord wordt uitgelegd, is geheel afhankelijk van de vrije interpretatie. Doet een dergelijk onderzoek wel recht aan de achtergronden/ motieven van de student?

Nog één opmerking van onderzoekstechnische aard: het eindrapport is gepubliceerd, nog voordat het volledige onderzoek is afgerond. Eerder deze week ontving ik het laatste deel van de Onderzoeksmonitor. Hier ziet u de vragen die duidelijk moeten maken of studenten wel of niet bereid zijn tot het aangaan van een lening:

Onderzoeksmonitor: wel of niet bereid tot lenen?

Opvallend dat zowel het SCP en de VVD zo stellig (voorbarig) zijn in hun conclusies over een niet-voltooid onderzoek.

Geen leenangst is juist nadelig
`Jongeren zijn de snelst stijgende schuldengroep in Nederland´. Dat concludeerde EenVandaag in een reportage van 23 mei 2013.
Uit onderzoek blijkt dat een aanzienlijk aandeel van jongeren onder de 20 jaar al in financiële moeilijkheden verkeert en veelal niet in staat is om de opleiding te bekostigen. De mogelijkheid om bij te lenen naast de studiefinanciering, vergemakkelijkt het opbouwen van een schuld.

In de reportage wordt geschetst dat een lening niet slechts wordt gebruikt voor het primaire doel, namelijk het voorzien in de (bijkomstige) studiekosten. De bereidheid tot het aangaan van schulden, berust op een positief beeld van de eigen toekomstige financiële positie. Toekomstig werk is echter niet gegarandeerd. Overschatting van de financiële toekomst en een laagdrempelige lening, vormen een riskante combinatie.
  
Laagdrempelig lenen
Dat studenten van alle niveaus en opleidingen op laagdrempelige wijze schulden aan kunnen gaan bij de overheid, behoeft zeker kritiek. Log in bij DUO en via de wizard kan al snel een lening worden afgesloten. Enkele klikken leiden naar de simpele optie: `studiefinanciering + reisproduct + lening´, tot `maximaal bijlenen´. Het is een gemakkelijke, vrijwel volledig geautomatiseerde handeling, die de niet al te alerte student onherroepelijk met een maandelijks groeiende schuld opscheept. Daarnaast wordt de studiefinanciering in het huidige stelsel ook in een schuld omgezet, als de student niet binnen tien jaar de studie haalt.

In het krijt bij de overheid
Lees voor uitgebreide informatie het rapport `In het krijt bij de overheid´.  Het is afkomstig van de Nationale Ombudsman en gaat over de overheid als schuldeiser. Burgers ervaren financiële problemen door de wijze waarop diverse overheidsorganen schulden innen. Voor voormalig studenten geldt de DUO als belangrijkste schuldeiser. Het is bekend dat een studieschuld nadelig is voor de starter op de woningmarkt.

Mijn visie is dat een leenstelsel de schuldenlast verder in de hand werkt. De heer Duisenberg gaat in zijn theorie uit van een immer rationele student: de lening is een investering in de toekomst. Zo werkt het in de praktijk niet. Een lening wordt door een meerderheid van de studenten namelijk niet benut om puur te investeren in de studie. Dat blijkt wel uit onderzoek. Niet iedere student is in staat om een rationele afweging te maken. De overheid heeft wel degelijk verantwoording, alleen al door schulden te stimuleren. Wat mij betreft worden er grenzen gesteld aan het gemak waarmee een studielening wordt afgesloten.