woensdag 23 maart 2022

Het leenstelsel. Gedoemd om te mislukken

In 2014 was duidelijk dat het (toen nog) door te drammen "sociaal leenstelsel" gedoemd was om te mislukken. 

Ik ben van de generatie-sociaal leenstelsel en was toen al kritisch over de motieven die het voorstel moesten dragen. De heer Duisenberg van de VVD kwam aanzetten met non-argumenten: de student zou geen leenangst krijgen, omdat de lening toch wel zou worden aangegaan om de studie te financieren.
Ik kreeg als toekomstig leenstelselstudent een nationale enquête voorgeschoteld om zogenaamd het draagvlak onder jongeren te peilen.

De vragen waren geen daadwerkelijk opiniërende vragen, maar sterk gestuurd op het met "ja" en "nee" beantwoorden van onmogelijke dilemma's. Het was niet de vraag of de jongere/student bereid was om een fikse schuld aan te gaan, maar er moest stelling worden gekozen in de kwestie "wel of niet studeren".
De uitkomsten van de enquête werden door de PvdA en VVD misbruikt om richting een gefingeerde acceptatie van het leenstelsel toe te redeneren.

Dan de constructie. Een student onder de prestatiebeurs van vóór 2015 had pech als hij/zij vermogende ouders had die geen bijdrage leverden in de studiekosten. Met een bijbaan kunnen de kosten voor de universiteit natuurlijk niet worden voldaan, dat is een illusie. De basisbeurs werd kunstmatig zo laag mogelijk gehouden. Als één ouder of beide ouders uit beeld waren en dus langdurig niet bijdroegen in het onderhoud, dan moest letterlijk het hele privéleven van het gezin in documentatie aan DUO worden overgelegd. Om studiefinanciering te ontvangen, was nodig dat de minderjarige en een verzorger brieven schreven over het privéleven van het kind en de band met de ouders. Een derde partij, bijvoorbeeld een psycholoog, moest worden bezocht om de vereiste "derde brief" aan DUO te overhandigen.

Met de komst van een leenstelsel voor íedereen, ongeacht het inkomen van de ouders of de staat van het huishouden, was het voorbij met deze vergaande aantasting van de privacy van het kind en met het uitsluiten van studenten die op geen enkele manier op een bijdrage van hun ouders kunnen rekenen. Ten aanzien van de gelijke kansen voor alle jongeren biedt het leenstelsel dus voordelen. Daar komt bij dat studenten die later onvoldoende inkomsten hebben om hun studieschuld terug te betalen, ook niet voor financiële onmogelijkheden komen te staan; de hoogte van de aflossing wordt aangepast aan het vermogen. 

Waar het mislukken van het leenstelsel in schuilt, is de pretentie: "Het onderwijs wordt verbeterd door de investeringen die de studenten van de generatie-sociaal leenstelsel doen".
Dat was al vóór de invoering van het leenstelsel in 2015 een flop. De praktijk mag dan ook geen verbazing wekken: professoren, doctorandi en andere docenten blijven gerust doorgaan met het voorlezen van PowerPoints die zij in 2011 hebben samengesteld, zonder ook maar naar  onderwijsontwikkeling om te kijken. Ik heb het van dichtbij meegemaakt: op sommige sectoren na (de exact-wetenschappelijke opleidingen en laboratoria brengen de investeringen wél in praktijk in de medische sector en technologie) is de ambitie er niet om aan onderwijsontwikkeling te doen. Alles blijft gewoon hetzelfde. 

Het tweede argument van Duisenberg was "Ook als deze generatie in onderwijsontwikkeling heeft geïnvesteerd en er niets van terugziet, dan doen ze het voor de toekomstige generaties".
De VVD stelt hier een plan B op: mocht het toch niet zo zijn dat het onderwijs er iets mee opschiet, dan stellen we maar voor dat studenten zich opofferen voor de toekomst.
Ten eerste is niet gebleken dat studenten bereid zijn schulden aan te gaan voor mogelijke onderwijsontwikkeling, ten tweede is die vorm van naïef altruïsme geheel uit de duim van de heer Duisenberg gezogen. Geen student gaat moedwillig een schuld aan om de toekomstige generaties beter onderwijs te geven, de schuld wordt aangegaan omdat de student zélf een opleiding nodig heeft.