maandag 20 mei 2013

Huiszoekingen uitkeringsgerechtigden

Deel 3: Het Huisbezoek

Het onaangekondigde huisbezoek, eerder besproken in de berichten Huiszoekingen Uitkeringsgerechtigden en Privacy in het gedrang, deel 2, is gebonden aan de richtlijnen van het protocol SoZaWe.
In het rapport van de Nationale Ombudsman, Baas in eigen Huis, zijn enkele van deze richtlijnen opgenomen.

Een kort overzicht van de richtlijnen voor het uitvoeren van huiszoekingen bij uitkeringsgerechtigden. Aan deze richtlijnen kunnen geen rechten worden ontleend, echter is het nuttig om een inzicht te krijgen in de opzet en gronden van de huiszoeking.

Stap 1: Onderzoek vóór het binnentreden van de woning
  • Voorafgaand aan de inspectie in de woning, dient de ambtenaar die de controle uitvoert, de vraag helder te krijgen of er gerede twijfel bestaat over de informatie die verstrekt is door de betrokkene (de uitkeringsgerechtigde die aan onderzoek onderworpen wordt);
  • Geeft de waarneming van de inspecteur aanleiding om te twijfelen aan de informatie die is verstrekt door de onderzochte persoon? Dan volgt eerst een gesprek om de onderzochte de gelegenheid te bieden de verstrekte informatie toe te lichten;
  • Wanneer de gerede twijfel ook na het gesprek blijft bestaan, dient de inspecteur te beoordelen of de verstrekte informatie daadwerkelijk van belang is voor het (blijven) verschaffen van het recht (d.w.z. de uitkering) aan de betrokkene. Hieruit volgt dat onderzoek toegepast dient te worden om relevante informatie te vergaren;
  • Is er een minder ingrijpende methode om de door de betrokkene verstrekte informatie op betrouwbaarheid te toetsen? Dan gaat de minst ingrijpende methode vóór het doorzoeken van de woning.
Conclusie eerste stap uit het onderzoek: zonder gerede twijfel bestaat er geen grond om een dergelijk ingrijpend middel als de huiszoeking toe te passen. De schending van de privacy en het huisrecht van de betrokkene staat niet in verhouding tot het doel van de huiszoeking. Immers, geen gerede twijfel betekent dat er ook geen (rechtmatige) aanleiding is voor het doorzoeken van een woning.

Stap 2: Onderzoek buiten en in de woning
  • De inspectie wordt veelal verricht door twee ambtenaren. Een ambtenaar voert het gesprek, terwijl de ander waarneemt. Direct op het moment van leggen van het eerste contact (op- of aanbellen), neemt een tweede inspecteur de woning van een afstand waar;
  • Niet alleen wordt er in de woning gecontroleerd; ook de voor- en achtertuin en de ramen van het huis worden waargenomen;
  • De ambtenaren/ inspecteurs dienen zich te allen tijde te identificeren en de huiszoeking toe te lichten, voorafgaand aan het betreden van de woning;
  • Ambtenaren mogen zich geen toegang tot de woning verschaffen vóór de betrokkene daartoe toestemming heeft verleend;
  • De betrokkene leidt de ambtenaar tot de ruimten in de woning;
  • In de woning dient de betrokkene zelf de toegang te verschaffen tot ruimten, kasten en laden. Bij voorkeur wordt eerst geïnformeerd wat zich in de ruimten en/ of kasten bevindt;
  • Voorwerpen en producten die gecontroleerd kunnen worden, zijn kledingstukken, voedingswaren en toiletartikelen. Er wordt beoordeeld of kledingstukken, toiletartikelen en voedingswaren specifiek voor man of vrouw zijn bestemd;
  • De inspecteur presenteert waarnemingen en feiten in een rapport. Om het rapport zo objectief mogelijk op te stellen, dient de inspecteur géén eigen interpretaties (oordeel over waarnemingen) te noteren.
Stap 3: Voltooiing van het onderzoek
Het rapport met de feiten en waarnemingen wordt zo spoedig mogelijk na de huiszoeking opgetekend en teruggekoppeld aan de betrokkene. De betrokkene dient het rapport ter goedkeuring te ondertekenen. Feiten worden opgenomen in een beschikking.

Administratie en belastinggegevens
Voor de volledigheid van het onderzoek volstaat men doorgaans niet slechts met een huiszoeking. Een completer beeld krijgt SoZaWe door belastinggegevens en overige administratie te controleren en te verifiëren. Lees hierover meer in het volgende bericht: Het koppelen van databases.

Waarom is de eerste stap in het onderzoek van belang? 

Proportionaliteit en subsidiariteit zijn belangrijke beginselen in het recht. Deze beginselen bepalen de verhouding van toegepaste methoden en middelen tot het ten opzichte van het doel waarvoor zij worden ingezet. De aanleiding voor het instellen van een onderzoek dient het onderzoek te rechtvaardigen. De eerste stap in het onderzoek (verificatie eerder verkregen informatie) bepaalt de grond voor het al dan niet betreden en doorzoeken van de woning.

Bij het totaalonderzoek worden (privacygevoelige) gegevens van de betrokkene geraadpleegd en verwerkt. Op het verwerken van persoonsgegevens is de Wet Bescherming Persoonsgegevens (WBP) van toepassing.
Ik citeer een uitspraak van de Hoge Raad, aangaande de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit:

Bij elke gegevensverwerking moet zijn voldaan aan beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Inbreuk op belangen betrokkene mag niet onevenredig zijn in verhouding tot het met de verwerking te dienen doel, en dit doel moet in redelijkheid niet op een andere, voor de betrokkene minder nadelige, wijze kunnen worden verwerkelijkt. Aanwezigheid wettelijke rechtvaardigingsgrond maakt belangenafweging aan de hand van vermelde beginselen niet overbodig. Bij deze afweging moeten omstandigheden van het geval in aanmerking worden genomen. Van verwerker mag slechts belangenafweging verlangd worden aan de hand van de beschikbare gegevens.
Bron:  LJN: BQ8097, Hoge Raad , 10/03988

Het is goed om te weten wat de aard van het totale onderzoek is.  Langdurige, herhaalde observaties, al dan niet met behulp van middelen (apparatuur), zijn van een ander karakter dan een `waarneming ter plaatse´ door een inspecteur. Dergelijke stelselmatige observaties (observaties van een langduriger karakter) mogen slechts op bevel van de officier van justitie worden uitgevoerd. De stelselmatige observatie is terug te vinden in het WvS.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten