Vraagbaak: studiekosten (deel 1)
`Moeten wij dat allemaal betalen?´Het is een retorische vraag met een bittere ondertoon. Veelal geopperd tijdens debatten tussen de oudere en jongere generatie. Polarisatie? Zeker. Jammer genoeg lukt het de verantwoordelijken om twee categorieën van burgers als bliksemafleider te doen fungeren. Zelfs al zijn de burgers niet bij machte om de situatie te doorbreken en al zijn zij niet de aangewezen personen om het beleid te wijzigen, zij menen dat zij elkaar iets kunnen verwijten. Ik heb nog nooit iets negatiefs over ouderen gezegd, maar sommige ouderen menen wel het recht te hebben om zure opmerkingen te maken over jongeren. Daarom wil ik hier voor eens en voor altijd iets rechtzetten.
De oudere mens zou er op moeten inleveren om het mogelijk te maken dat jongeren gebruik kunnen maken van studiefinanciering.
"Moeten wij dat allemaal betalen?" is niet voor niets een retorische vraag. Toch is het volkomen terecht om er een stellig antwoord op te geven. Moeten werkenden en ouderen het geld voor de student ophoesten? Het antwoord is: nee. De student betaalt zélf, ook als hij of zij het recht op studiefinanciering (Wet studiefinanciering 2000) aanspreekt.
Zowel in het oude stelsel van de prestatiebeurs, als in het nieuwe `sociale leenstelsel´ (2015), bouwt de student een studieschuld op. Een studieschuld kan in het huidige stelsel bestaan uit de prestatiebeurs, de kosten voor een ov-studentenkaart (wordt standaard meegerekend in het totaalbedrag van de schuld), de aanvullende lening en eventueel collegegeldkrediet.
Let wel: het wezenlijke verschil schuilt in het feit dat de prestatiebeurs voor studenten in het oude stelsel, wordt omgezet in een gift, mits de student het diploma binnen de gestelde termijn behaalt. Het is niet voor niets een prestatiebeurs. In het nieuwe stelsel is de basisbeurs altijd een lening.
Niet iedere student is na de studie direct verzekerd van een goedbetaalde functie. Daarnaast vereisen sommige specialisaties dat er ná de studie minimaal twee jaar een traineeship wordt gevolgd, om meesterschap te verwerven. In een gunstig geval is de vergoeding voor een traineeship voldoende om de kosten voor woning, levensmiddelen en de reis naar het werk te dekken. Echter kan het ook zo zijn dat de inkomsten te laag zijn om rond te komen.
Hoe zit het met het aflossen van de studieschuld? Als de ex-student tijdelijk een laag inkomen heeft, dan kan er een toetsing worden aangevraagd om het bedrag van de maandelijkse aflossing te verlagen. Er kan tevens aanspraak worden gemaakt op een zogeheten aflossingsvrije periode. De aflossing van de studieschuld wordt tijdelijk stopgezet. In dit geval betekent uitstel géén afstel, volstrekt niet.
Het is een hardnekkige misvatting dat de openstaande studieschuld na 15 jaar zomaar wordt kwijtgescholden. Wanneer de aflossingsvrije periode afloopt, wordt het aflossen van de studieschuld hervat. Als het inkomen toereikend is, dan wordt het maandelijks af te lossen bedrag verhoogd. De student moet, uitzonderlijke gevallen daargelaten, alles toch echt tot op de laatste cent terugbetalen, inclusief een rente die wel tot 4% kan oplopen.
Hoe kan men voorkomen dat de studieschuld uit de hand loopt?
In het huidige stelsel kan de lening naar eigen inzicht worden onderbroken. Mocht het haalbaar zijn, dan is het aan te raden om de lening tijdens een collegevrije periode (bijvoorbeeld de zomermaanden) stop te zetten, of het bedrag te verlagen. De gemiddelde studieschuld ligt momenteel tussen de 15.000 en 20.000 Euro. In het toekomstige leenstelsel zal dat bedrag hoger uitvallen.
Bouwt iedereen een studieschuld op?
In de praktijk waarschijnlijk wel. Er zijn echter uitzonderingen. Voor de opleidingen op mbo niveau 1 en 2 valt de studiefinanciering tot september 2015 zeker niet onder de regels van de prestatiebeurs; de studiefinanciering is een gift. Uiteraard geldt voor alle opleidingen: een lening dient te allen tijde te worden terugbetaald!
Kortom, de jongere generatie wordt door de oudere generatie vaak aangesproken op het benutten van studiefinanciering, puur omdat het zo "gemakkelijk" is om de pijlen op de ander te richten in een debat waarin toch steevast wordt gedacht in tegenstellingen. Het argument is al even gemakkelijk wanneer sociale voorzieningen en verzekeringen worden bediscussieerd. Ook dan menen ouderen en werkenden dat ze geld op moeten hoesten, terwijl zij in werkelijkheid geen belastinggeld kwijt zijn aan de door hen in stelling gebrachte posten. Het is zo simpel. Verricht iets meer onderzoek naar de werkelijke achtergronden, of stop met klagen. Dat geldt voor alle partijen in het debat.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten